2014 | Welzijnszorg en haar traditie

In juni werd het onderzoek in Welzijnszorg (voorlopig afgerond). Er werd bekeken welke rol de traditie speelde in de ontwikkeling van de organisatie en hoe ze die als levengevende kracht kan inzetten in haar werking en in de samenleving. Het onderzoek liep zowel intern (medewerkers en Raad van Bestuur), extern (partners en projecten), als bij de achterban (deelnemers aan startavonden). Er kwamen enkele interesse bevindingen uit.

- De traditie vatten we op als een ‘kritisch’ kader waarbinnen de ontwikkelingen van de vier voorbije decennia mogelijk waren. Enkele kenmerken van die traditie zijn het geloof dat een andere samenleving mogelijk is, het kijken naar de marge en de ‘vergeten’ groep van mensen, de aandacht voor de structurele rechtvaardigheid en de grondrechten van elke mens, de emanciperende werking en het utopische karakter van de opdracht van Welzijnszorg.

- Het interne onderzoek bracht vooral de taalarmoede naar boven wanneer inspiratie of identiteit verwoord worden. Verder is een grote verscheidenheid aanwezig in betrokkenheid bij en omgang met de christelijke traditie.

- Bij de externen maken we een onderscheid tussen partners uit de christelijke zuil en de niet-christelijke partners. Bij de eersten viel het vanzelfsprekende karakter van de samenwerking op waardoor ook in deze groep geen verwoording van identiteit aan de orde was. De niet-christelijke partners hadden in principe geen moeite met de katholieke achtergrond van Welzijnszorg. Zij zagen vooral de gedrevenheid van de medewerkers van Welzijnszorg en de grote achterban die ze bereiken als resultaten van hun traditie. De identiteit werd wel als storend ervaren als ze in de praktijk leidde tot een ‘ons-kent-ons-sfeertje’ waardoor zij zich buitengesloten voelden.

- Bij de achterban viel op dat ze sterk betrokken is op Welzijnszorg en vooral ‘geraakt’ wil worden door wat Welzijnszorg doet en zegt. Het getuigt van een emotionele betrokkenheid bij het Welzijnszorg-gebeuren dat de medewerkers van Welzijnszorg extra appelleert op hun eigen inspiratie.

De bevindingen werden voorgesteld op een X-dag, waarbij ‘X’ staat voor de grote onbekende binnen Welzijnszorg. Met de medewerkers werd gezocht om vanzelfsprekende taal nieuwe woorden te geven, zodat de traditie en inspiratie in eigen woorden kan gegoten worden. En er werd een aanzet gegeven voor een oefenjaar om met inspiratie en identiteit binnen de organisatie aan de slag te gaan. Voor de medewerkers is het vooral belangrijk dat het komende jaar een taal ontwikkeld wordt die de identiteit kan expliciteren en dat de inspiratie als kracht kan worden ingezet in de verschillende aspecten van de werking van de organisatie. Ze geven te kennen dat ze daarbij willen leren van elkaar en elkaar durven of mogen inspireren.

Lees hieronder verder het onderzoeksrapport.

Medewerkers :